Thuis & het zwijgen


Gerardus keerde terug naar de Vincent van Goghstraat in Amsterdam. In september 1945 werd hij gedemobiliseerd. Zoals veel voormalige krijgsgevangenen van de lichting ’43 sprak hij later weinig over zijn jaren in Duitsland. Dat zwijgen had verschillende oorzaken. De ervaringen van krijgsgevangenschap en dwangarbeid waren ingrijpend en vaak moeilijk onder woorden te brengen. Bovendien kregen hun verhalen in de naoorlogse jaren relatief weinig aandacht. De wederopbouw, het verzet, de Holocaust en andere oorlogservaringen bepaalden grotendeels het nationale oorlogsverhaal, waardoor de geschiedenis van de krijgsgevangenen lange tijd op de achtergrond bleef. Pas tientallen jaren later, mede dankzij historisch onderzoek van het NIMH en persoonlijke getuigenissen, kwam er meer erkenning voor wat deze groep had doorgemaakt.
Gerardus was niet de enige die zweeg. Een lotgenoot uit Stalag XI-A, soldaat Leo van den Brink, vatte het voor zijn kinderen zo samen: “Ik was soldaat. Ik wilde en wil er niet over praten. Het heeft me diep beschadigd. Het was een horror-film.” Ook hij vertelde nooit over zijn gevangenschap. Het is een patroon dat hele gezinnen kennen: vaders die meenamen wat ze nooit konden uitspreken. Leo van den Brink (kgf. 106057), opgetekend door zijn zoon

