Bevrijding

Gerardus gaf zelf 9 mei 1945 op als de dag dat hij weer “onder militair gezag” kwam, de bevrijding. Noord-Bohemen werd in die dagen door het Rode Leger bevrijd; Mimoň (Niemes) werd op 10 mei bereikt. Kort daarna verbleef hij in een Rode Kruis herstellingsoord in Bělá pod Bezdězem, waar hij ongeveer drie weken bleef. Een document van het plaatselijke Národní výbor van 18 mei gaf hem toestemming overdag vrij door de stad te lopen; op 30 mei kreeg hij een reispas (tevens treinkaartje) naar Praag.
Hoe die bevrijding er in Gerardus’ regio uitzag, legde een medegevangene uit hetzelfde Stalag IV-C vast, soldaat Joop van der Kolff, in Brüx: “’s Nachts om 00.00 uur door radio bekend gemaakt: capitulatie in het Westen… Veel kanongebulder van de Russen.” De bewakers vluchtten en de wegen “zagen zwart van de mensen, die voor de Rus de vlucht namen”. Soldaat Rien Klijmij vatte de omslag samen: “Toen waren we nog Duits en toen we ’s morgens opstonden waren we Russisch.” Dagboek Joop van der Kolff (kgf. 96797) en brief Rien Klijmij (kgf. 97161), Brüx, 8 mei 1945
BronnenBělá-documenten (familiebezit); bevrijding in de regio van Stalag IV-C: dagboek Joop van der Kolff (kgf. 96797) en brief Rien Klijmij (kgf. 97161), via krijgsgevangen.nl; zie het onderzoeksdossier (Etappe 6).